Nederlands doe je al heel je leven!


‘Nederlands is saai ‘ zeggen sommigen  als ze  in de brugklas komen. Dat kan kloppen, want je bent al enkele jaren bezig met dit vak. Nederlands doe je al zo'n 12 jaar, eigenlijk al vanaf je geboorte. Frans en Duits en later economie en natuur-en scheikunde  zijn nieuwe vakken en dus spannender. Maar Nederlands is een belangrijk vak. Zo belangrijk dat het gedurende je gehele schoolloopbaan permanent op je lesrooster voorkomt.(3 of 4 lesuren per week) Onderstaand krijg je  een overzicht van de lesstof.
A. De methode  
Wij gebruiken de methode Nieuw Nederlands. Elk hoofdstuk heeft een thema, een onderwerp  (bijv. pesten) en kent een vaste indeling:
1.    Lezen : Hier leer je hoe je teksten moet lezen en vragen moet beantwoorden.
2.    Schrijven: Hoe schrijf je een tekst? Hoe vul ik bonnen en formulieren in? Hoe stel ik een brief op? Schrijven is dus meer dan simpel opstelletjes maken.
3.    Kijken  & luisteren: Fragmenten bekijken  en luisteroefeningen en daarover vragen beantwoorden.
4.    Spreken en gesprekke:  een interview of vraaggesprek of telefoongesprek houden. Dat is zo maar een greep uit dit  taalonderdeel
5.    Woordenschat: Alles wat overblijft bij de andere  onderdelen kom je tegen bij taal. Denk maar eens aan het alfabet, korte en lange klanken, synoniemen en homoniemen. Het klinkt ingewikkelder dan het is, want bij elk onderdeel krijg je ook uitleg.
6.    Grammatica: Grofweg te verdelen in woordbenoeming (je kent er wellicht al enkele: lidwoord/zelfstandig naamwoord) en zinsontleding (persoonsvorm/gezegde/onderwerp/lijdend voorwerp enz.)
7.    Spelling: Een enkele of dubbele letter? Verandert de s in een z? En, die deksels moeilijke werkwoordspelling. Ja, dat krijg je allemaal nog eens herhaald na je basisschoolperiode.
8.    Poëzie en fictie: Alles over verhalen, gedichten en leesverslagen en de onderdelen daarvan. Alle antwoorden komen in het leesdossier (zie onderdeel C)
Verder is er een portfolio-opdracht en wordt het hoofdstuk afgesloten met een test. Kortom, een bonte verzameling aan onderwerpen. Bij elk hoofdstuk (en dat zijn er 6 per jaar) wordt deze indeling gehanteerd. Toetsen en repetities: Na elk hoofdstuk is er een repetitie. Diverse onderdelen worden ook nog apart getoetst. Bijv. het onderdeel lezen, spelling en grammatica. 

B Woordwinst 
Een boekje met 50 lessen erin waarin je je woordenschat (het aantal woorden dat je kent) moet vergroten. Dit boekje gebruiken we in meerdere leerjaren, ongeveer  20 lessen per jaar. Je leert daarin 12 moeilijke woorden in alfabetische volgorde. We beginnen dus met moeilijke woorden met de A, zoals alibi en aquaduct. Je maakt zo'n les. Die wordt in de klas besproken. Daarna ga je die woorden leren. In de klas krijgen enkele leerlingen een mondelinge overhoring. Na de vijfde  les volgt een s.o.= schriftelijke overhoring. Voor de goede rekenaars: je moet per blok 60 moeilijke woorden kennen.
C Literatuuronderwijs - Het leesdossier 
Op onze school vinden wij plezier hebben in lezen erg belangrijk. In onze eigen kleine bibliotheek staan al een heleboel mooie, spannende en ontroerende verhalen. Elk jaar kopen wij nieuwe en bijzondere boeken. Niet alleen Carry Slee/Francine Oomen - Hoe overleef ik...../J.K. Rowling maar ook andere fraaie boeken die jij wellicht niet kent. In de klas wordt daarover verteld. Per leerjaar maak je ongeveer 3 leesdossieropdrachten. Die moet je goed bij elkaar houden voor je eindexamen. Vanaf de brugklas dus zuinig op je leesdossier! Alles opdrachten worden uitgelegd in een speciaal voor jullie gemaakt leesdossierboekje. Dat kun je op ItsLearning vinden. Lezen saai en niet leuk? Neen hoor, als je maar weet welke boeken er zijn, want er is voor elk iets wils. Laat je maar eens verrassen. Voor alle onderdelen krijg je een cijfer of een beoordeling.
       
In leerjaar 1 en leerjaar 2 leest de docent een boek voor. Na afloop van een hoofdstuk maak je een samenvatting en als het boek uit is, wordt er een boekverslag van gemaakt.

D losse lesonderdelen 
Naast deze  methode-onderdelen doen we wekelijks : ‘Het Boek van de Week’ Elke eerste les van de week vertelt de docent over de inhoud en leest  een stukje uit een boek. Soms hoort daar ook een filmpje bij, een trailer heet dat.
                     

Ook wekelijks ‘Het Woord van de Week’. Dat woord komt in diverse lokalen te hangen. Ook hier hoort een filmfragment bij de uitleg.

'De zomervakantie is – in het noorden van het land – officieel begonnen, en dat betekent voor veel Nederlanders dat de tijd van reizen is aangebroken' (uit een bericht op Nu.nl).

aanbreken betekent: 'beginnen (van een moment of periode)'
•    Toen het laatste uur van de uitverkoop was aangebroken, waren er kortingen van 80%!

Verder hebben we in de eerste drie leerjaren van de mavo en de havo een presentatie. In de onderbouw doe je dat over een boek, dat heet een boekpresentatie. In leerjaar 3 is het een presentatie over een door jou gekozen onderwerp.

Een leesboek (fictie of non-fictie) meenemen
Als je in de onderbouw zit moet je een leesboek bij je hebben. Dat mag je gerust in je kluisje laten zitten, het hoeft niet mee naar huis, maar je moet het wel tijdens de lessen gebruiken.  Als je klaar bent  met een vak of een toets kun je huiswerk maken of in je boek gaan lezen. Die keuze moet je zelf maken. Deze regeling geldt niet alleen voor het vak Nederlands, maar voor alle vakken. Je kunt een boek uit onze mediatheek lenen, van thuis meenemen of zelf lenen uit de bibliotheek..

Veel plezier bij dit mooie vak.