Taalbeleid

Elke docent is taaldocent: taalonderwijs is geen zaak van taalvakken alleen. Er moet actief worden (samen)gewerkt om taalachterstanden te bestrijden en taalontwikkeling te structuren en te stimuleren. Het taalbeleidsplan geldt dan ook voor iedereen.

Daarom hebben wij ook een aantal taalactiviteiten en afspraken gemaakt die voor alle docenten en leerlingen van onze school gelden.

Het Diataal-onderzoek

In de brugklas nemen we twee keer per jaar een onderzoek af om de leesvaardigheid en het woordenschatniveau van de leerlingen te toetsen. We doen dat in de maanden september-oktober/mei-juni. De nulmeting, aan het begin van het cursusjaar, wordt niet becijferd. De mei/juni-meting wel.

Het gaat hierbij om tekstverklaring: Diatekst (begrijpend lezen) en in samenhang daarmee de toetsing van de woordkennis: Diawoord (woordenschat).

Voor leerjaar 2 en 3 is de Diataal-toets één keer per jaar (maand mei/juni).

Beide toetsen worden digitaal gemaakt en becijferd. De resultaten krijgt u middels een rapportage.

De resultaten zijn verwerkt in een tweetal scores. Allereerst het begrijpend leesniveau (afgekort BLN) en daarnaast het woordenschatniveau (afgekort WSN).

Tevens treft u een vaardigheidsscore aan. Deze score geeft aan hoe de leerling presteert t.o.v. het landelijk gemiddelde. De scores lopen uiteen van A t/m E, waarbij bij A nog een extra onderscheid is gemaakt in AA (leerlingen die bijzonder goed hebben gescoord).

De A-score betekent een hoge score, E is een lage score.

De resultaten worden in docentenbijeenkomsten besproken.

Daaruit voortvloeiend hebben we het volgende stappenplan opgezet:

Brugklasleerlingen en leerlingen uit leerjaar 2

De laagst scorende leerlingen krijgen tijdens een studiebegeleidingsuur extra ondersteuning. Het is een intensieve oefenvorm met het welbekende Nieuwsbegrip, een methode die veel aandacht aan leesstrategieën en signaalwoorden besteedt. Het zijn ook interessante en actuele teksten.

Leerlingen uit leerjaar 3 kunnen binnen de reguliere lessen oefenen met Nieuwsbegrip XL, de digitale variant van  de papieren versie Nieuwsbegrip. In de reguliere lessen kan tijdens een differentiatiemoment extra aandacht worden besteed aan het tekstverklaren.

In leerjaar 4 zijn er vooralsnog geen extra activiteiten. De leerlingen oefenen veel voor het examenprogramma en daardoor automatisch ook voor dit onderdeel. Het tekstverklaren neemt een prominente plaats in tijdens de tentamens en het eindexamen. Wij zullen in het docententeam bespreken of er voor hen ook iets extra’s moet worden gedaan.

Leesboek meenemen

Alle leerlingen zijn verplicht een fictie- of non-fictie boek bij zich te hebben om te lezen als er aan het einde van de lessen of na het maken van een toets tijd overblijft. Dit geldt dus niet specifiek voor het vak Nederlands, maar is van toepassing op alle vakken. Het is een middel om "leeskilometers" te maken en de leesvaardigheid c.q. woordenschat te vergroten.

Wij hebben een goed geoutilleerde mediatheek. Eén of twee keer per jaar wordt de voorraad met actuele boeken aangevuld en doen diverse collega’s aan boekpromotie middels het "Boek van de week".

Woord van de week

Om de woordenschat te vergroten gebruiken we naast methodegebonden lessen ook Woordwinst en wekelijks het "Woord van de week", een woord dat in alle lessen wordt toegepast.

Woordwinst hoort tot de lesmethode Nederlands. Het "Woord van de week" wordt, als dat mogelijk is, ook gebruikt bij de andere vakken. Kortgezegd: het inslijpen van woorden.

Gezamenlijke aanpak teksten

Leerlingen hebben vaak moeite met de inhoud van leesteksten, zeker ook bij zaakvakken als aardrijkskunde, geschiedenis en biologie. Om teksten te doorgronden maken we gebruik van leesstrategieën.

Dat zijn vormen van lezen zoals oriënterend lezen, globaal lezen, zoekend lezen en intensief lezen.

Daarnaast zijn er nog strategieën die direct op de tekst van invloed zijn: voorspellen, samenvatten, verbanden leggen middels signaalwoorden en vragen stellen.

Door teksten zo te benaderen hopen we dat ze voor de leerlingen meer gaan leven.

Dhr. Jansen, docent Nederlands en coördinator taalbeleid